Joris Bax op LinkedIn, februari 2021

Na advies 504 van de CvAE, laat nu ook de Utrechtse voorzieningenrechter zich uit over relatieve beoordelingssystematieken.

Diens oordeel over een selectiemethodiek bij een niet-openbare aanbesteding: een relatieve beoordelingssystematiek voldoet enkel aan de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, in het bijzonder het voorkomen van willekeur, als voorafgaande aan de beoordeling wordt vastgesteld dat alle betrokken ondernemers voldoen aan de geschiktheidseisen en geen van de uitsluitingsgronden van toepassing is. Bij de beoordeling mogen geen ongeldige aanmeldingen worden betrokken.

De aanbesteder moet de geschiktheid van aanmelders dus vaststellen voordat de selectiemethodiek wordt toegepast. In concreto kan dat betekenen dat bijvoorbeeld de bewijsmiddelen van het het UEA al voor voorlopige selectie worden gecontroleerd.

Hoewel dit vonnis betrekking heeft op de selectiefase van een niet-openbare aanbestedingsprocedure, zie ik niet in waarom het niet ook toepasbaar is op openbare aanbestedingsprocedures. Ook daar moet immers worden voorkomen dat ongeldige inschrijvers worden betrokken in een rangorde.

Een vonnis dat daadwerkelijk gevolgen kan hebben voor de aanbestedingspraktijk dus.

Vragen? Meer weten? Neem contact met ons op via 0103032949. Wij helpen u graag verder.